De laatste tijd is er reeds heel wat activiteiten geweest rond het vliegveld van Brasschaat. Er wordt regelmatig wat gepubliceerd rond dit onderwerp.
Het is geen gemakkelijk onderwerp, want het gaat er soms wat technisch aan toe
Deze teksten bevatten niet te veel technische termen om ze begrijpbaar te houden, maar waar nodig worden ze toch gebruikt.
Brasschaat-Polygoon is tot nu een kamp door de artillerie gebruikt om haar officieren, onderofficieren en soldaten op te leiden en te oefenen.
Eerst kwamen de Nederlanders, dan de Belgen, en even verbleven er ook de Duiters en de Britten.
Sinds het ontstaan van het Kamp van Brasschaat, komen elk jaar artillerie-eenheden er oefenen. Tot in 1894 werd alles georganiseerd rond het het Klein Schietveld en de gebouwen die deel uitmaakten van het oude kamp.
Vanaf 1894 wordt een groter schietveld aangekocht en voor gebruik ingericht. Hierdoor komt er ruimte vrij in het Klein Schietveld voor andere eenheden, zoals de Remonte (aankoopdienst van de paarden) en om bijkomend logement voor de kamperende troepen te voorzien.
Deze nieuwe eenheden nemen eerst vrijgekomen ruimte in het oude kamp in.
Organisaties zoals de Remonte gaan hun gebouwen (stallen en renbanen) in het meest zuidelijk gelegen deel van Klein Schietveld optrekken. Vanaf 23 Mar 1911 is de aanleg van het vliegveld klaar.
Ondanks de school officieel zijn deuren opende op 1 mei 1911, werd het wachten tot het eerste vliegtuig wordt opgeleverd op 4 mei om de school op een feestelijke wijze in te huldigen. Tijdens deze
inhuldiging crasht het vliegtuig tijdens de landing...
Tijdens de 19de eeuw, maakt de artillerie een geweldige ontwikkeling mee. De verbeteringen aangebracht aan de uit staal vervaardigde kanonnen verhogen het bereik van deze wapens. Hierdoor veranderen voordurend de concepten om de artillerie in te zetten. Het probleem om de opstelplaatsen te vinden van de artillerie-eenheden die forten ongezien kunnen bestoken, wordt een enorme uitdaging.
Eerst worden kabelballonnen gebruikt als waarnemingsposten. Ook het vliegtuig blijkt een ideale uitvinding te zijn om vanuit de cockpit waarnemingen te doen.
Vliegtuigen worden pas begin van de 20ste eeuw inzetbaar voor militaire doeleinden.
Iedere natie claimt wel eens in chauvenistische reflex, de eerste geweest te zijn. Vliegvelden die op privé-initiatief werden opgericht, vind je in Sint Job, Kiewit, Mourmelon (Frankrijk).
De militaire overheden namen dikwijls veel later deze burgervliegvelden over. In Brasschaat gebeurde het omgekeerde, van begin wordt er een militair vliegveld aangelegd.
Wat maakt dat we in Brasschaat het oudste militair vliegveld hebben, en door het verdwijnen van de andere vliegvelden een van de oudste nog bestaande vliegvelden.
Deze pagina heeft enkel tot doel informatie te geven over het ontstaan van het vliegveld. De informatie bijvoorbeeld over de School van het Licht Vliegwezen, zal mettertijd op een andere pagina gebundeld worden.
Indien je vragen heeft over de geschiedenis van het vliegveld, mag je me contacteren op janssens.jos@pandora.be. Je krijgt van mij een zo wie zo een antwoord. (Gegevens over personen kan ik niet geven, wel uitleg hoe je sommige zaken moet interpreteren.).
Tijdens de tweede helft van de 19de eeuw ondergaat de artillerie een technologische revolutie. Meer dan in het verleden vormen de kanonnen van de artillerie
het antwoord op een succesvolle belegering van een fort. Waar dit een langdurige belegering inhield die eindigde de inname van het fort door de infanterie, kon dit nu veel sneller.
De artilleriestukken in het fort konden veel sneller uitgeschakeld worden met de nieuwe artilleriemunitie.
Maar de inname kon nog veel slachtoffers eisen. Zo had men berekent dat de inname van Antwerpen zeker 200.000 slachtoffers langs de kant van de aanvaller kon kosten. De aanvaller zou zeker twee maal nadenken
voordat ze aan dit waagstuk begonnen.
Eerst toonde Frankrijk de kwetsbaarheid aan van Forten als beschoten konden worden met de nieuwe artilleriemunitie. Brialmont, de bouwer van de bakstenen forten rond
Antwerpen en de Maas, ziet de bui hangen. Omdat het toenmalige defensieconcept gebaseerd was op forten die een artilleriebeschieting konden weerstaan. Zeker daar deze
artilleriebeschietingen van opstelplaatsen uitgevoerd konden worden die de verdedigers van het fort niet konden waarnemen. De genie zocht naar andere waarnemingsmiddelen
en vond deze door gebruik te maken van ballonnen.
Naast de artillerie was de genie een 'savant' wapen. (savant wapen = waar mensen werken die naar school zijn geweest en geleerd hebben.) De uitvoering van de plannen van de bouw van de vesting Antwerpen gebeurde onder toezicht van de hoge officieren van de Genie.
De nieuwe technologieën werden eerst ondergebracht bij de Genie. Daar zaten heel wat knappe koppen bij elkaar die veel afwisten van wat er in de wetenschappelijke wereld afspeelde.
Zo werden in 1894 ook een sectie opgericht die verantwoordelijk was voor het gebruik van spoorwegen door het leger. Enkele jaren daarvoor in 1868 waren het de eerste transmissietroepen
die er een onderdak vonden. Allen werden het 'Camp Retranché' van Antwerpen ondergebracht.
De komst van het vliegtuig verplicht de Genie om de 'Werklieden van de Genie' te reorganiseren. De campagnie wordt verder opgeplitst en krijgen een toepasselijke naam.
De naam van deze nieuwe secties verwijst naar een van de kenmerken van de tuigen waarrond de secties ontstaan. In een eerste compagnie worden de balonnen ondergebracht.
Ze krijgt dan ook de toepasselijke naam van 'compagnie lichter dan lucht'. Een ballon kan nu eenmaal opstijgen zonder problemen omdat de balon gevuld wordt met een gas
dat lichter is dan lucht. Deze eenheid blijft in Antwerpen gekazerneerd.
De andere compagnie is een gans nieuwe compagnie en krijgt de benaming 'zwaarder dan lucht'. Een vliegtuig heeft nu eenmaal een motor nodig om van de
grond te komen. De benaming 'zwaarder dan lucht' is een verwijzing naar het ontbreken van delen van een vliegtuig die lichter zijn dan lucht.
Na de oprichting van de compagnie zwaarder dan lucht ondergaat deze nog verschillende reorganisaties. Het einddoel is naast de oprichting van een pilotenschool,
ook per kringvesting over een groep vliegtuigen met piloten te beschikken.
Vanaf het begin zien we de baron de Caters en de ridder de Laminne op de voorgrond treden om vliegtuigen te leveren en de militaire piloten te vormen om
een burgervliegbrevet te laten behalen. Maar het is duidelijk dat de legerleiding enkel met de Lamine wilt werken. de Caters doet er alles om eveneens een deel van
de koek in te pikken. Zowel in Kiewit (de Lamine) als in Sint Job (de Caters) worden er burgerscholen voor piloten opgericht langs een bestaand burger vliegveld.
Eenmaal de militairen hun burger vliegbrevet behaald hebben, krijgen zij een bijkomende militaire vorming in Brasschaat om ingezet te kunnen worden als militaire piloot.
De militaire vliegerij wordt nogmaals gereorganiseerd en vanaf 16 april 1913 spreken we van de Compagnie des aviateurs. De vliegschool wordt overgebracht naar Kiewit,
waar de militaire overheid het vliegveld van de Laminne heeft gekocht. Er worden nu 4 eskadrilles opgericht met elk 4 vliegtuigen. Het derde en vierde escadrille blijven
in Brasschaat en hun inzet wordt de verdediging van de Buitenlinie rond Antwerpen, mogelijk te maken.
De andere twee escadrilles werden voorzien om ingezet te worden in Luik en Namen.
«Compagnie des Ouvriers et d'Aérostiers du Génie» in 1887
«Compagnie des aviateurs» gevormd 16 april 1913
«l'Aviation militaire belge» op 20 maart 1915
«l'Aéronautique militaire - Militair Vliegwezen» op 1 maart 1920
De aeroclub van Antwerpen werd op 8 maart 1908 onder de benaming "Aero-club d'Anvers" opgericht. In België was daarvoor reeds de Aero-club de Belgique actief die
weinig activiteiten ten zuiden van Brussel organiseerde. Om aan de noden van de Antwerpse elite tegemoed te komen, werd ook in Antwerpen een aeroclub opgericht om
balonvaarten te promoten. Op dat moment was dit een van de technologieën die in volle ontwikkeling was, en de bestuurbare balonnen stonden volop in de belangstelling.
Enkele jaren daarvoor, op 17 december 1903, slagen de gebroeders Wright de eerste gelukte bescheiden vlucht uit te maken. Omdanks dit in de Verenigde Staten
van Amerika gebeurt, zijn het de Fransen die de vliegtechniek weten te verbeteren en het voortouw te nemen in de ontwikkeling van het vliegtuig. Belangrijke
namen zijn onder meer Blérot en Farman. Het is een nieuwe sport die niet ongevaarlijk is en menig piloot verongelukt tijdens de uitvoering van demonstratievluchten.
De toenmalige minister van Oorlog (nu minister van Defensie genoemd) generaal Hellebaut was eveneens lid van de Aeroclub van Antwerpen en als lid van de aeroclub kon
hij op de voet de evolutie van het vliegtuig volgen. Als oud-commandant van het tweede regiment artillerie, kende hij Brasschaat en de problemen van balonnen
als waarnemingsplatform. De aanschaf van vliegtuigen was een tiende van de kostprijs van een ballon en vroeg ook heel wat minder militairen om te bedienen.
Als lid van de Antwerpse Aero-club neemt hij deel aan verschillende conferenties over het vliegwezen die vanaf de herfst 1909 georganiseerd werden. De baron
de Caters die mee in het bestuur zit van de club, geeft te kennen dat de leden van de Aeroclub zijn vliegveld te Sint Job in't Goor kunnen gebruiken.
Overal verschijnen er vliegtuigvelden in België onder meer in Genk, Stokel Jambes en Kiewit. Het zijn allemaal privé initiatieven. De vliegvelden van
Sint Job in't Goor en Kiewit (bij Hasselt) gaan een voorname rol spelen in de ontwikkeling van de militaire luchtvaart.
Op 8 juli 1910 zal de generaal een gelegenheidsbezoek brengen aan de pyrotechnische afdeling te Kaulille. Hierna stapt hij af aan de vliegschool van Jules de
Laminne te Kiewit waar de Laminne hem mee neemt op enkele vluchten. De generaal die reeds overtuigd is van het nut van het vliegtuig om waarnemingen uit te voeren,
maakt op die dag afspraken over de aankoop van een vliegtuig en de opleiding van twee officieren als piloot.
de Caters die voelt dat men links laat liggen, en reeds in 1909 had voorgesteld om zijn vliegveld ter beschikking te stellen van Defensie voor de opleiding van
piloten, gaat hier tegen in. Hij zal op eigen kosten enkele officieren vormen, dit worden de luitenanten Baudouin Montens d'Oosterwyck en Sarteel beide horend
tot het wapen van de artillerie. Zodoende werden deze militairen de eerste officieren met een burgerbrevet, opgeleid in de vliegschool van de Caters.
Ondanks Jules de Laminne een niet onbelangrijke rol speelt bij het ontstaan van de militaire vliegwezen in België, gaan we niet verder in op figuur van de Laminne en zijn vliegschool. Gewoon omdat hij geen enkele rol van belang heeft in de tot standkoming van het vliegveld te Brasschaat.
De gebroeders Wright stegen 75 jaar geleden voor het eerst op. Het Laatste Nieuws 15 december 1978.
De eerste vliegvelden waren van de genie. Het Geniemuseum.
Het Licht Vliegwezen van de Landmacht. Onze macht 15 Sep 1963.
25 jaar Licht Vliegwezen van de landmacht. luchtvaartmagazine Nr 7 mei juni 1979 blz 4.
Historiek De School voor het Licht Vliegwezen 1887 -1991. Kapitein-Commandant Verheyden.
Les débuts de l'aviation militaire belge. Majoor Avi HOUART.
Geschiedenis: De Belgisch militaire luchtvaart. J.C. Het leger - de natie 15 juni 1960 blz 277.
Plan des Aërodromes belges 1913. Aëroclub de Belgique.
W. Pieters, The Belgian Air Service in the first World War.
Aero Club Royal de Belgique, Les Belges à la conquete de l'air.
Michel Mandl en Georges de Coninck, George Nélis stichter van de luchtvaartindustrie en van de burgelijke luchtvaart in België.
Luc Van Den Neste, School van het Licht Vliegwezen, Historische Brochure.
Roger Lampaert, Van Pionier tot Luchtridder.
LtCol Decour, Le Polygoon de Brasschaat.
Aloïs Brosens, 'Beelden van toen Brecht Sint-Job Sint Lenaerts'.
Pierre Henry Marie Amédée, Baron de Caters; brochure van het Koninklijk Leger Museum (KLM).
Christ Veermeer, De geschiedenis van het Licht Vliegwezen.(1992)
Naast de bronvermelding wens ik eveneens de mensen te bedanken die een positieve bijdrage leverden voor het tot standkoming van dit artikel.
Victor Brulez, Fred Bonaers, Rik Brulez, Patrick De Vos, Jan Kennis, Eddy Van den Eede, Frans Bellens, Jan Thiers, en aan al diegenen die ik vergeten ben
Het Geniemuseum, Koninklijk Legermuseum, World Heritage Institute, Aero club Brasschaat.
©Copyright Jos Janssens. Indien je gebruik wilt maken van de teksten moet je duidelijk de bron vermelden (Artilleriemuseum), dan mag je ze gebruiken.
Spijtig genoeg moet ik meer dan eens vaststellen dat bepaalde publicaties schaamteloos fotomateriaal en teksten overnemen.
Bij het fotomateriaal gaat het zelfs zo ver door het toeëigenen van het materiaal door er schaamteloos zijn naam erop te zetten.
Je mag hierbij niet vergeten dat bij hedendaagse foto's ook copyright rechten horen die ik niet altijd in beheer heb. Voor de foto's met copyright, die op de website staan, werd voor aan mij copyright verleend.
Leerlingen die gebruik willen maken van materiaal van deze site om hun werkje te illustreren mogen dit zonder mijn toestemming te vragen.
Postkaarten overnemen vormt voor mij geen enkel probleem, dit is het werk van een reeds lang overleden fotograaf.
Eert het werk van deze fotografen door het niet te ontsieren met er andere naam erop te plaatsen om de eigendomsrechten te claimen.
(c) Jos Janssens
Teksten overnemen mag, mits bronverwelding en met mijn toestemming (ook voor het fotomateriaal). Er wordt al genoeg plagiaat gepleegd door mensen die zich opwerpen als de auteurs van mijn pennenvruchten.
De inhoud is een gedeeltelijke weergave van de teksten die ik gebruikt heb tijdens de opleiding van de gidsen te Kapellen in 2019.