Deze pagina werd aangemaakt om de jaarlijks weerkomende vraag naar de monumenten, gebouwen en andere relicten aanwezig in het kamp van Brasschaat, die in verband kunnen gebracht worden met de grote oorlog.
Het kamp van Brasschaat werd enkele jaren voor 1820 reeds in gebruik genomen door de Nederlanders en sindsdien hebben er vele nationaliteiten van dit kamp gebruik gemaakt op de een of andere wijze.
Het kamp van Brasschaat wordt pas onder de Belgen uitgebouwd tot een volwaardig kamp. Hiervoor worden de nodige gronden onteigend in 1851 en start de uitbouw van een artilleriekamp voor de Belgische artillerie. Alles wat de Belgische artillerie geleerd heeft werd in de Brasschaatse schietvelden uitgeprobeerd en in reglementen gegoten.
Dat onze jongens goed waren hebben zij zowel in de eerste als in de tweede wereldoorlog, meer dan nodig bewezen. Ondanks hun opgelegde beperkingen en hun minder performante uitrusting hebben ze meermaals een degelijke weerstand geboden aan een vijand die er meer dan eens waanzinnig van werd. De ruggegraat van dit leger in de grote oorlog werd gevormd door een artillerie.
De herdenking van de eerste wereldoorlog gaan onze gedachten naar zij die voortijdig hun leven werd beëindigd. Het zinloos geweld waaraan de bewoners van dit land nillens willens onderworpen werden.
Het weergegeven beeldmateriaal werd in een zo groot mogelijke formaat gehouden. Via het contextmenu (muiswijzer op het beeld zetten en daarna het contekst menu openen en de gewenste actie selecteren) kan je het beeldmateriaal opslaan of bekijken.
Het militair kamp, uitgebouwd door de Belgen, werd ingezet voor de opleiding van soldaten, onderofficieren en officieren van de artillerie. Voor wat staat het begrip artillerie. Wel sinds de oudheid worden grote projectielen weggeslingerd naar de tegenstrevers. In tegenstelling met de infanterie en de cavalerie werden er wapens ingezet die niet door een soldaat kon gehanteerd worden. Het gebruik van deze slingerwapen en nadien de inzet van zwaar schiettuig, werd groepswerk. Deze groep die de kunde verstaat om zware voorwerpen weg te slingeren of te schieten, en dan nog het doelwit te treffen, wordt de artilleristen genoemd.
Het kamp werd grotendeels ontruimd tijdens de eerste dagen van de
eerste wereldoorlog. Nietemin bleven er nog militairen actief niet om
het kamp te verdedigen (Met het fort in de buurt was dit niet de
plaats om een verdediging op te bouwen voor Antwerpen), maar om
bepaalde testen uit te voeren.
In het kamp werden nog snel een kanon uitgetest om op Zeppelins te
vuren, omdat deze luchtschepen reeds ingezet werden in Luik.
Ook werden er testen uitgevoerd op welke wijze (noodgietingen) de
forten sneller afgewerkt konden worden.
De infrastructuur werd nadat ze ontruimd werd door de Belgen, door de
Duitsers in gebruik genomen (na de overgave van Antwerpen. Hier werden
Duitse troepen ondergebracht die ingezet werden voor verschillende
doeleinden.
het beschikbaar fotomateriaal en de overlevering, geeft weer dat
het kamp gebruikt werd om opleiding te geven aan het Duits kader. Het
een oorlogslazeret was voor gewonden van het front te verzorgen enz...
Het kamp zelf is nog steeds in gebruik door defensie en herbergt het
enigste artilleriebattaljon dat nog deel uitmaakt van de Belgische
defensie. Het is daarom ook niet toegankelijk tenzij de
kwartiercommandant er zijn toelating voor geeft.
Op de schietvelden zijn er grote twee relicten te vinden die met de grote oorlog in verband kunnen gebracht worden. In het Klein Schietveld vind je het keienfortje, terwijl in het Groot Schietveld vind je de koepels.
Tijdens de bouw van de Maasforten in de periode 1888-1892 werd een fortje gebouwd in het Klein Schietveld op het grondgebied van de gemeente Kalmthout. Met dit bouwsel wensten de militairen de betonsamenstelling te bepalen nodig om de forten aan de Maas te bouwen om de inslagen van een zwaar geschut te kunnen weerstaan.
De naam van het keienfortje is afkomstig van de vele keitjes die aan het fortje liggen. Andere benamingen voor dit bouwsel zijn het hertenfortje en de 'betonniere'.
Dit gebouw is toegankelijk in het Klein Schietveld.
Om de bediennaars (kanonniers) van de kanonnen in de forten te laten oefenen, werd enkele geschutskoepels gebouwd in het Groot Schietveld. Deze constructies zijn in gebruik geweest voor training van de vestingsartillerie tot aan de tweede wereldoorlog.
Na de tweede wereldoorlog werd de helling gebruikt om de voertuigen te testen om hun vermogen steile heilingen te nemen. Een andere koepel werd gebruikt als munitiebunker.
De koepels zijn niet toegankelijk voor het publiek. De bouwwerken worden nog steeds gebruikt door defensie.
Met zijn aanleg in 1911, behoort het militair vliegveld van Brasschaat tot een van de oudste militaire vliegvelden in West Europa. Het zal een van de oudste nog bestaande vliegvelden van de wereld zijn.
Hier werd het militair vliegwezen gestalte gegeven. De militaire piloten behaalden hier hun bijkomend militair vliegbrevet nadat zij hun burgerbrevet behaalden in Kiewit of in Sint Job in 't Goor.
Tijdens de mobilisatie werd de vliegschool opgedoekt om eerst naar Luik en Namen te vliegen en mee ingezet te worden in de verkenningsvluchten voor de legerstaf. Nadien plooien zij terug naar Antwerpen om daarna ingezet te worden aan het Ijzerfront.
Tijdens de mobilisatie zullen de bekende piloten zoals Jan Olieslagers en Pierre de Caters, zich in Brasschaat aanmelden met hun vliegers (en met hun herstellingsploeg). Hier krijgen zij hun oorlogsaffectatie en vliegen zij naar het front.
Voor de bouw van het Fort werden apart van het schietveld, gronden onteigend. Het staat niet onmiddelijk onder bevel van de kampcommandant van Brasschaat. Voor operationele redenen is de commandant van de versterkte plaats van Antwerpen de bevelhebber over de ganse buitenlinie.
Het fort van Brasschaat werd in 1912 gebouwd door de firma 'Gebroeders Bolsee en Cie'. Om het bouwmateriaal aan te voeren wordt er een extra spoor aangelegd (smalspoor) In 1913 worden er de eerste troepen in ondergebracht, maar het fort moet wachten tot 1914 om zijn bewapening te krijgen.
Het fort behoort tot de nieuwe verdedigingslijn van Antwerpen die de naam de 'buitenlinie' meekreeg. Deze verdedigingslijn moet een beschieting van Antwerpen voorkomen. Om een beschieting door een vijandelijke mogendheid te voorkomen werd ze op meer dan 9 km van Antwerpen gebouwd. De 'Schans van de Driehoek' behoort eveneens tot de buitenlinie maar ligt niet in het kamp van Brasschaat.
Gezien het fort van Brasschaat niet in de sector lag die door de Duitsers vanaf eind september aangevallen werd. Tijdens de aanval op Antwerpen is het garnizoen in het fort gebleven totdat de Belgische troepen naar de Westhoek waren vertrokken. Daarna werd het fort verlaten en opgeblazen. Het garnizoen is waarschijnlijk naar Nederland uitgeweken, nadat het geen verbinding meer kon maken met de Belgische troepen die naar de Westhoek trokken. De militairen die naar Nederland trokken werden door de Nederlandse troepen ontwapend daarna geinterneerd, dit volgens de internationale verdragen.
Na de tweede wereldoorlog werd het fort in gebruik genomen als munitie opslagplaats. Gezien dit toch niet de meest aangewezen plek is om aan munitieopslag te doen, wordt begin de jaren zeventig de munitiedepot in het Klein Schietveld gebouwd. Dit depot wordt onder het toedoen van de burgemeester van Kapellen gesloten begin de jaren tweeduizend en de munitie wordt over naar een Waals munitiedepot.
Even voor het militair conflict van 14-18 werden de forten voorzien van een strategische spoorweg voor het transport van troepen en munitie. Dit spoor werd tijdens bezetting van 14-18 door de Duitsers verder uitgebouwd door een heus spoorweg en liet treinverkeer toe vanuit het station van kapellen tot in het Kamp van Brasschaat . Het spoor zal tot de jaren zeventig militairen toelaten de militraire trein te nemen 's morgens van het station van Kapellen tot Brasschaat en 's avonds ongekeerd van Brasschaat naar het station van Kapellen.
Het bestaan van deze spoorweg is de reden dat in Hoogboom (Kapellen) in de jaren twintig spoorwegtroepen werden gelegerd. In het Kamp van Brasschaat wordt in de voormalige kazerne van de pilotenschool, een batterij spoorwegartillerie gelegerd (ALVF = artillerie lourde sur voie ferée).
Voor het transport van het militair materiaal zal het tot begin van de jaren tweeduizend ingezet worden.
Uit vrees voor een geallieerde landing in Nederland, waardoor de Duitsers in de rug konden aangevallen worden wordt de stelling Antwerpen uitgebouwd. Eerst worden de forten die hergebruikt kunnen worden terug in staat gebracht en bezet. De 'kaizerliche forification Antwerpen' is hiermee een feit. Nadien wordt een kazematten linie samen met een loopgrachten verdediginssysteem gebouwd waarbij het tracé van de fortengordel deels gevolgd wordt. Deze bunkerlinie vind je deels op het militair domein deels langs de antitankgracht van 1939. Voor deze antitankgracht werden nog heel wat bijkomende Belgische bunkers gebouwd.
Aan het Ijzerfront werden Vijf theatertenten opgezet om de troepen te vermaken die zich niet aan het front bevonden. (Even naar huis gaan in bezet gebied was niet mogelijk wegens de Duitse aanwezigheid.)
Na de eerste wereldoorlog werd het plan opgevat om het houtwerk te gebruiken in de bouw van theaters in vijf verschillende kampen. Zo ook in Brasschaat werd een theater voor het vermaak van de dienstplichtigen gebouwd in 1922. De naam Koninginnetheater verwijst naar de populaire koninging Elisabeth.
Op het domein bevindt zich naast het koninginnentheater een sokkel waar een grote mortier heeft gestaan. Dit is niet de standsplaats waar de mortier werd geplaatst om op het keienfortje te vuren (die opstelplaatsen bevonden zich op 2 km van dit fortje). Waarschijnlijk na de eerste wereldoorlog gebouwd omdat het op de plaats staat waar een stelling met gracht bevond van de belegeringsartillerie (zgn Batterie Haute)
In het kamp werd de binding tussen de militairen en de eerste wereldoorlog gerealiseerd door heel wat straatnamen in deze militaire plaats een naam te geven verbonden aan het Ijzerfront. Zegeplein, Diksmuidelei, Nieuwpoortlei, Ijzerlaan en Luiklei zijn op de gewone kaarten deels te vinden.
Na de eerste wereldoorlog werden verschillende herdenkingsmonumenten opgericht voor de gesneuvelde militairen in de verschillende eenheden. Sommige werden terug verplaatst naar andere kazernes als de eenheid van standplaats verwisselde (voorbeeld de 3de Lanciers)
Aan het standbeeld van Sint Barbara worden jaarlijk tijdens het feest van Sint Barbara de gesneuvelden artilleristen herdacht van de eerste en tweede wereldoorlog. Deze herdenking gaat jaarlijks door in het kamp van Brasschaat in het begin van de maand december en staat open voor alle actieve en gepensioneerde artilleristen als voor diegenen die deel uitmaken van de verbroederingen.
Tijdens de maand mei wordt hier eveneens de dag van de verbroederingen voor alle oud-strijders georganiseerd.
De artillerieschool werd de plaats waar de gesneuvelden van de grote eenheden die ontbonden waren, werden geeerd. Hiervoor vind je vier gedenkplaatsen terug
Het monument van het 18 regiment artillerie, links van het Barbarabeeld op het paradeplein (vaandelfront)
Het monument van eerste en tweede 'Regiment d'Artillerie Lourde' waarbij de gesneuvelden van deze eenheden worden herdacht. Het monument staat ter hoogte van het Waregemplein opgesteld. Dit monument stond oorspronkelijk in Fort IV opgesteld.
De gedenkplaat van 6A aan de stafblok A32
1. Relicten in het oude kamp
3. Het fort van Brasschaat
4. Gebouwen gerelateerd aan WO I
5. Herdenkingsmonumenten
tekst5
tekst6
tekst7
tekst8
tekst9
tekst10
tekst11
Bronnen